1. Bij toekomstige meevallers die leiden tot een positief begrotings- of rekeningresultaat, en voor zover deze niet nodig zijn voor bestaande wettelijke taken, expliciet te beoordelen of (een deel van) deze middelen kan worden ingezet ter versterking van het grondbedrijf, waarbij nadrukkelijk wordt bezien of deze inzet kan bijdragen aan goedkopere bouwkavels waarmee de positie van starters op de woningmarkt wordt verbeterd;
2. De raad, via de financiële commissie, jaarlijks te informeren over de omvang van eventuele meevallers, de daarbij gemaakte financiële afwegingen en de mogelijkheden tot inzet hiervan voor het grondbedrijf;
3. In het kader van de uitvoering en monitoring van de Nota Grondbeleid 2026–2030 een voorstel uit te werken om het grondbedrijf financieel robuuster te positioneren, bijvoorbeeld door versterking van reserves, zodat het grondbedrijf beter in staat is te sturen via actieve grondexploitaties zonder dat hierbij onaanvaardbare financiële risico’s voor de gemeente ontstaan.